Hoe is de werkwijze?
Elke vierde dinsdag van de maand vindt het spreekuur plaats. De ouders krijgen van de secretaresse een oproep om met hun kind op het spreekuur te komen.
Vóór het spreekuur bezoek vindt er een huisbezoek plaats door de wijkverpleegkundige. Zij maakt een inventarisatie van de huidige situatie en maakt hiervan een verslag. Dit wordt naar de kinderarts gestuurd voor het polikliniekbezoek, zodat er tijdens het spreekuur al een goed inzicht is in de mogelijke problemen. Volgens de opgestelde richtlijnen worden de kinderen dan door een aantal teamleden gezien.
Voor de oudere kinderen (v.a. 6 jaar) is het mogelijk alle consulten binnen één dagdeel af te ronden. Voor de jongere kinderen worden meer hulpverleners geconsulteerd en is het teveel om op één dagdeel te plannen. Daarom wordt het bezoek voor deze groep kinderen over twee dagdelen verdeeld: eerst komen ze bij de KNO-arts, de oogarts en het laboratorium voor bloedafname, twee weken later volgt dan het bezoek aan de kinderarts, de fysiotherapeut en de logopedist. Normaliter zijn dan ook de laboratoriumuitslagen bekend. Aan het eind van het spreekuur worden de bevindingen in het Down-team besproken. Hiervan wordt een verslag gemaakt door de kinderarts en dit wordt verstuurd naar de huisarts, de overige teamleden en hulpverleners en naar de ouders.
De wijkverpleegkundige bespreekt dit verslag dan met de ouders tijdens het huisbezoek,
± 1 maand na het spreekuurbezoek. Zij kan dan nog ingaan op eventuele vragen of onduidelijkheden.