Logopedie van nul tot twaalf
Bij Downkinderen verloopt de taalontwikkeling vaak wat trager. Met logopedie kun je al heel vroeg beginnen met oefeningen en je kind helpen de mond, tong en gezichtsspieren op een goede manier te gebruiken. Een goede (pre)logopediste helpt je daarbij.
Goed leren eten en drinken
Met eten en drinken train je de spieren rondom je mond, gebruik je je lippen en leer je je tong goed te bewegen. Dat begint dus eigenlijk al met de borst- of flesvoeding. En daarna met het eerste fruithapje, de soepstengels en de tuitbeker. Als je merkt dat je kind moeite heeft met drinken, is het verstandig een prelogopediste in te schakelen.
Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor moeilijk eet- en drinkgedrag. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de luchtpijp wat slap is, waardoor het moeilijk is te ademen tijdens het drinken. Ook kan de coördinatie van het zuigen, slikken en ademen lastig zijn, vaak door te weinig energie, bijvoorbeeld als gevolg van een hartprobleem. Daarnaast zorgt de bouw en/of de beweeglijkheid van de tong er soms voor dat het zuigen, en later ook het kauwen en het drinken uit een beker, moeilijker is. Samen met de prelogopediste ga je op zoek naar de beste oplossingen voor jouw kind. Met oefeningen kun je actief aan de slag om je kind te helpen.
Ongevoelige of overgevoelige mond
Kinderen met Downsyndroom kunnen zintuiglijke prikkels anders ervaren dan we gewend zijn. Bij sommige kinderen is het gebied rond de mond heel ongevoelig, waardoor ze hun mond nauwelijks gebruiken. Bij anderen kan het juist overgevoelig zijn en hebben ze een afweer van voedsel of de speen. Een gespecialiseerde (pre)logopediste kan je goed uitleggen hoe dit werkt en geeft je advies over welke oefeningen je kunt doen.
Leren 'spreken'
Alle kinderen willen communiceren, ook als ze wat later de taal tot hun beschikking hebben. Dus is het slim om daar wat extra middelen bij in te zetten, zodat je kind ook zonder gesproken woorden kan zeggen wat ze wil. Een logopediste geeft hier ondersteuning bij en kijkt wat een goede manier is om met jouw kind aan de slag te gaan. Andere vormen van communicatie zijn bijvoorbeeld het gebruik van gebaren, pictogrammen (symbolische fbeeldingen) en foto's.
Gebaren zijn concrete symbolen die direct verwijzen naar de handeling, waardoor ze makkelijker te imiteren zijn dan een gesproken woord. Denk maar eens aan het zwaaien van kleine kinderen; dat doen ze eerder dan dat het eerste woordje eruit komt. Met gebaren gaat je kind je nadoen (imiteren is een belangrijke voorwaarde om te leren spreken), heb je meer oogcontact en kan je kind zich uiten. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de gebaren het leren praten niet in de weg staan en zelfs kunnen versnellen. Door het maken van het gebaar (een motorische handeling) kan je kind het woord makkelijker uit het geheugen halen. Overigens vervallen de gebaren als je kind het woord kan zeggen. Voor meer informatie over het gebruik van gebaren en vragen over hoe het werkt, kun je een gespecialiseerde logopediste raadplegen.
bron : website Kern Amsterdam
.