Kern
Groningen
Logopedie van nul tot twaalf (vervolg)
Pictogrammen zijn eenvoudige afbeeldingen van bijvoorbeeld voorwerpen, handelingen of situaties. Meestal is de achtergrond zwart en het plaatje wit. Het betreffende woord staat er in letters bij, waardoor het kind de koppeling tussen het plaatje en het woordbeeld kan maken. Omdat een afbeelding voor een kind makkelijker te herkennen is, geeft het je kind een manier in handen om te communiceren. De combinatie van het plaatje met het geschreven woord, kunnen de overgang naar taal vergemakkelijken. Er zijn een heleboel systemen op de markt en een logopediste kan je adviseren welke methode voor jouw kind de beste is. Ook leert ze je er mee werken.

Een foto is concreter en persoonlijker dan een pictogram en daardoor vooral geschikt voor kleinere kinderen (vanaf 1 jaar). Met foto's kun je je kind bekende voorwerpen, personen of zelfs situaties leren herkennen. Je begint met foto's uit de directe omgeving van je kind en breidt dit steeds meer uit. Het gaat dan om foto's van de fles, een boterham, het bedje, speelgoed, de ouders, opa en oma etc. die je bundelt in een boekje. Met dit boekje kun je je kind dingen vragen, maar kan je kind ook dingen duidelijk maken door op de betreffende foto te wijzen. Eventueel gecombineerd met gebaren is het ook een hulpmiddel bij het leren van gesproken woorden. 

Praten met woorden
Uiteraard werkt een logopediste ook aan het ontwikkelen, stimuleren en begrijpen van de gesproken taal. De taalontwikkeling begint eigenlijk al met oogcontact, imitatie en vooral het plezier om te communiceren. En daar kun je als ouder veel betekenen: door je kind te observeren, te volgen, je eigen communicatie aan te passen aan het kind en er vervolgens betekenisvolle taal aan toe te voegen, stimuleer je je kind enorm. De logopediste begeleidt je hierin en zal oefeningen meegeven.

Van klank tot zin
Een volgende stap is het nabootsen van klanken. Met spelletjes met poppen, dieren of ander speelgoed kun je klanken koppelen aan een concreet voorwerp. Bovendien werk je visueel en omdat het visuele vermogen van veel Downkinderen beter ontwikkeld is dan het gehoor, is het voor je kind makkelijker. Om woorden uit te lokken en de woordenschat te vergroten zijn liedjes een veelgebruikt hulpmiddel. Soms kan geschreven taal ook helpen bij het leren spreken.
Als je kind de taal goed gaat imiteren, volgt de grammaticale ontwikkeling. De logopediste zal werken aan het uitbreiden van de zinsbouw en de woordvorming, zoals bijvoorbeeld het meervoud van woorden of de verleden tijd van werkwoorden. Natuurlijk begint ze zeer spelenderwijs, maar naarmate je kind ouder wordt, zal ze het steeds vaker ook in oefenvorm aanbieden.

De uitspraak
Vanwege de bouw van de mond en de tong en een vaak lagere spierspanning, sluit de mond soms niet zo goed en zit de tong nogal eens in de weg. Dat kan ook problemen geven met het goed articuleren van woorden. Door al vroeg de mondmotoriek te stimuleren en te versterken, kan je kind woorden beter vormen en uitspreken.
Heel gerichte articulatietraining is vooral zinvol als de voorwaarden voor een goede uitspraak aanwezig zijn. Vaak ga je dan werken met klankgebaren. Het gebaar dat je maakt sluit aan bij de klank. Dat is duidelijk en geeft je kind een houvast doordat de klank voelbaar of zichtbaar wordt. Daardoor krijgt je kind meer controle over de vorming van een woord en kan hij of zij de mond, tong en ademhaling beter sturen. En daarmee verbetert de verstaanbaarheid direct. Ook het spreektempo van sommige Downkinderen kan de reden zijn dat je ze moeilijk verstaat. Ze spreken dan heel snel en verbasteren veel woorden. De logopediste zal proberen het spreektempo te vertragen..

bron : website Kern Amsterdam

.